1. FERRARI

    375 INDIANAPOLIS Meer informatie

    1952

Verkeerde inschattingen kwamen niet vaak voor bij Ferrari, maar de inschrijving voor de 500 Mijl van Indianapolis was er een van. Als de Indy 500 in 1950 door de internationale autosportfederatie FIA ook opgenomen wordt in het Formule 1-wereldkampioenschap, modificeert Ferrari vier 4,5 liter Grand Prix-racers. De Amerikaanse Ferrari-importeur Luigi Chinetti verkoopt er drie aan klanten en een vierde wordt door de Ferrari-fabriek zelf ingezet, met hun topcoureur Alberto Ascari aan het stuur. 

Alleen maar dankzij het uitzonderlijke talent van Ascari kwalificeert de fabrieksauto zich als enige van de vier Ferrari’s, en dan nog start Ascari vanaf een magere 19e positie. De Ferrari’s blijken namelijk niet te voldoen op het ovale circuit met zijn kombanen. Ze zijn qua techniek ingesteld op vlakke circuits met veel bochten. In de race zelf moet Ascari voortdurend schakelen omdat de overbrengingsverhoudingen niet geschikt zijn voor het circuit. In de veertigste ronde van de tweehonderd valt hij uit met een gebroken wielnaaf. 

De in het museum aanwezige Ferrari 375 Indianapolis is de ‘Grant Piston Ring’, een van de drie privé-auto’s. Hij zou gereden worden door Johnnie Parsons, maar vanwege ontevredenheid over de weinige aandacht die Ferrari aan zijn auto besteedt tijdens de aanloop naar de race, vertrekt hij tijdens het tweede kwalificatieweekeinde. Zijn vervanger Danny Oakes is een veel minder goede rijder en kan zich niet kwalificeren.