Dwergauto's

dwergauto expositie in het louwman museum

Van 5 juli t/m 1 september 2019 bood het Louwman Museum in Den Haag een fascinerend en kleurrijk overzicht van dwergauto’s uit de jaren vijftig. Talrijke, vaak kleine fabrikanten speelden na de Tweede Wereldoorlog in op de behoefte aan goedkoop en weersbestendig vervoer. Het verrassende resultaat was de dwergauto.

Dwergauto’s (ook wel microcar, bubblecar of Kabinenroller genoemd) waren compacte drie- of vierwielers, voorzien van een één- of tweecilindermotor met een beperkt vermogen. Hoe lichter en goedkoper de auto, hoe beter. Sommige carrosserieën werden gevormd door een houten frame, slechts overspannen met doek van kunstleer of voorzien van gespijkerde aluminium plaatdelen. Ook werd er al geëxperimenteerd met kunststof carrosserieën. De vormgeving was zeer divers en soms uiterst merkwaardig. Met allerlei veiligheidsaspecten werd nauwelijks rekening gehouden.

Boegbeeld van de tentoonstelling was de Peel P50 uit 1962. De kleinste productieauto ter wereld werd op het eiland Man gebouwd en was slechts 132 cm lang, 99 cm breed en 120 cm hoog. Het autootje woog 59 kilo en werd aangedreven door een DKW-bromfietsmotortje van 49cc. De topsnelheid bedroeg 61 km per uur. De op de tentoonstelling getoonde Peel was de eerst geproduceerde auto van in totaal 47 stuks.

Het tijdperk dat vooral de motorfietsen het straatbeeld in Europa bepaalde werd met de komst van de dwergauto definitief afgesloten. Na een korte bloeiperiode maakten de dwergauto’s uiteindelijk plaats voor succesvolle naoorlogse auto zoals de DAF, Mini, 2CV en de Kever. De dwergauto heeft nog altijd een grote schare liefhebbers en heeft inmiddels een cultstatus.

De dwergauto’s uit de tentoonstelling werden beschikbaar gesteld door het museum PS Speicher uit Einbeck (D) en enkele particuliere collectioneurs.