Stap in de geschiedenis van de Grand Prix van Zandvoort tijdens de unieke expositie F1 Legends.

Met de terugkeer van de Grand Prix Formule 1 naar Zandvoort werd in 2021 een vervolg gegeven aan een bijzonder stuk autosportgeschiedenis in ons land. Het Louwman Museum houdt van 1 juli tot en met 4 september een expositie die de Formule 1 wedstrijden op Zandvoort uit de periode 1948 tot 1970 belicht. Topstukken van de overzichtstentoonstelling zijn ongetwijfeld de winnende Ferrari 500 F2 (1952/53) van Alberto Ascari, de winnende Mercedes-Benz W196 (1955) van Juan Manuel Fangio én de winnende Lotus 33 (1965) van Jim Clark.

Koop tickets

Louis Rosier - Talbot-Lago T26C

Winnaar van de Grand Prix van Zandvoort 1950 en 1951

Deze Formule 1 auto was de laatste van een serie van drie die voor het seizoen 1950 werd gebouwd. Aanvankelijk werd de auto door de fabriek ingezet maar aan het eind van 1950 verkocht aan de bekende Franse coureur Louis Rosier. In 1951 kwam Louis met deze auto uit in talrijke evenementen, met diverse zeges als resultaat. Net als in 1950 won hij in 1951 ook de Grand Prix van Zandvoort met een Talbot-Lago T26C. De Grand Prix telde toen overigens (nog) niet mee voor het wereldkampioenschap. Het voordeel van de Talbot Lago was het relatief lage benzineverbruik. Hierdoor hoefde men niet tussentijds te stoppen om bij te tanken, zoals met auto’s die uitgerust waren met een compressor. De fabrieks Talbots kwamen uit in de Franse racekleur blauw, de hier gepresenteerde winnaar uit 1951 werd later verkocht aan een Belgisch team, dat de auto in de nationale Belgische racekleur geel liet spuiten.

Alberto Ascari - Ferrari 500 F2

Winnaar van de Grand Prix van Zandvoort 1952 en 1953

Eind 1951 had Alfa Romeo zich teruggetrokken uit de Formule 1, zodat alleen aartsrivaal Ferrari in 1952 nog competitieve Italiaanse auto’s had. Alfa Romeo besloot over te stappen naar de Formule 2 klasse omdat daar grotere en meer gevarieerde startvelden waren. De motor van de Ferrari 500 F2 werd door Aurelio Lampredi ontwikkeld op basis van de reglementen voor het seizoen 1952/53 en gemonteerd in een bestaand Formule 2 chassis. Dit bleek een zeer goed combinatie, want Alberto Ascari, de eerste rijder van de Ferrari renstal, werd twee keer wereldkampioen door in beide seizoenen bijna alles te winnen. Met de getoonde auto wist Alberto Ascari in 1953 maar liefst zeven overwinningen op rij te halen. Een record dat stand hield tot 2013. Ascari is bovendien de eerste wereldkampioen voor Ferrari.

Juan Manuel Fangio - Mercedes-Benz W196

Winnaar van de Grand Prix van Zandvoort 1955

In 1954 besloot Mercedes Benz terug te keren in de hoogste klasse van de motorsport. Met een  technisch zeer geavanceerde Formule 1 auto. De klepbediening (zonder klepveren) was uniek, maar ook de plaatsing van grote trommelremmen binnen de carrosserie van de auto, dus niet in de wielen, was nog niet eerder in de Formule 1 vertoond. Bovendien werd de Argentijnse F1 wereldkampioen Juan Manuel Fangio ingehuurd. Al snel bleek dit een onverslaanbare combinatie, wat resulteerde in zijn tweede wereldtitel in 1954. In 1955 herhaalde Fangio dit kunstje, ondersteund door zijn Engelse teamgenoot Stirling Moss. Eind 1955 hield Mercedes Benz na een dramatisch ongeval op Le Mans het racen voor gezien. Tijdens de race op Zandvoort werd Moss op korte afstand tweede.

Jo Bonnier - BRM P25

Winnaar van de Grand Prix van Zandvoort 1959

Deze auto bezorgde BRM, British Racing Motors zijn eerste overwinning in de Formule 1. Hetzelfde gold overigens ook voor zijn bestuurder, de Zweed Jo Bonnier, die later faam zou maken in sportwagenraces. De fraaie vormgeving doet enigszins denken aan de Vanwall. De auto is, inclusief de motor, helemaal door BRM gebouwd, wat waarschijnlijk meer overwinningen in de weg heeft gestaan. In latere jaren was het merk veel succesvoller in de 1.500 cc Grands Prix.

Jim Clark - Lotus 33

Winnaar van de Grand Prix van Zandvoort 1965

Dit is de kampioensauto van de legendarische Jim Clark. Hij won in 1965 het kampioenschap met grote overmacht. Deze auto was niet alleen snel, maar Het ook uiterlijke een schoonheid. De 33 was de opvolger van het eveneens zeer succesvolle model 25, de eerste monocoque in de formule 1, waarmee Clark in 1963 wereldkampioen werd. De 33 was verder verfijnd en voorzien van de bekende 1.497 cc Coventry Climax V8. Deze motor was qua vermogen bijna gelijk aan de twaalfcilinder Ferrari maar de hanteerbaarheid van de Lotus was stukken beter. Clark won met deze auto dan ook met overmacht de Grand Prix van  Zandvoort in 1965. In 1966 werd de auto voorzien van een tot 2 liter opgeboorde motor en zelfs daarmee was de auto competitief ten opzichte van de auto’s met een drieliter motor. In 1967 kwam de Lotus 49 en de rest is geschiedenis. Dit model wordt gezien als een van de mooiste Lotus racewagens ooit.

Dries van der Lof - HWM-Alta

Deelnemer aan de Grand Prix van Zandvoort in 1952

Hersham and Walton Motors (HWM) was het schoolvoorbeeld van een Formule 1 team uit de beginperiode van deze klasse. Ook zij gebruikten een bestaande Formule 2 auto voor deelname aan Grands Prix in 1952/53. Ze trokken heel Europa door en raceten elk weekeinde om het als equipe financieel te  bolwerken. Vaak werden lokale rijders gebruikt die, tegen betaling, een Grand Prix mochten rijden. Bekende Engelse coureurs hebben zo het racen geleerd in een HWM, zoals Stirling Moss en Peter Collins. Deze auto nam met Dries van der Lof achter het stuur in 1952 deel aan de Grand Prix van Zandvoort, maar reed onvoldoende rondes om geklasseerd te worden.

Carel Godin de Beaufort - Porsche 718

Deelnemer aan de Grand Prix van Zandvoort in 1963 en 1964

Voor het seizoen 1961 werd de maximale motorinhoud vastgesteld op 1.500 cc. Dit was gelijk aan het maximum voor de Formule 2 in de voorgaande jaren. Door een dergelijke auto te kopen kon je dus vanaf 1961 meedoen in het Walhalla van de autosport: de Formule 1. De Nederlander Carel Godin de Beaufort kocht een Porsche 718 en nam deel in 1963 en 1964. Ook wist hij in deze jaren punten te scoren voor het wereldkampioenschap, een in die tijd unieke prestatie. In 1964 verongelukte hij helaas dodelijk op een circuit in Duitsland.

Graham Hill - Lotus 49

Deelnemer aan de Grand Prix van Zandvoort in 1967

De Lotus 49 beleefde zijn racedebuut in 1967 op het circuit van Zandvoort. De auto was voorzien van allerlei noviteiten en werd door Graham Hill omschreven als revolutionair en sensationeel. Op instigatie van Lotusbaas Colin Chapman ontwikkelde Ford een nieuwe, zeer geavanceerde, V8 motor. Die motor maakte deel uit van het chassis, iets wat tot dan toe zelden was voorgekomen. Vier kleppen per cilinder, brandstofinspuiting en een vermogen van meer dan 400 pk. Daarnaast was de motor relatief goedkoop en makkelijk te krijgen. De auto was alles wat een Lotus kenmerkte; licht, efficiënt en zeer snel. Graham Hill viel helaas uit, maar Jim Clark bekroonde het debuut van de Lotus 49 met een zege op Zandvoort. Van 1967 tot en met 1983 werden maar liefst 176 Grands Prix gewonnen door een auto met een Cosworth V8.

0

Uw mandje is leeg