1. AMPHICAR

    Meer informatie

    1967

Navigatielichten, een misthoorn, twee schroeven achterop, een lenspomp en een hoog gemonteerde uitlaat; de Duitse Amphicar heeft alle voorzieningen om mee te varen, behalve een roer. In het water van koers veranderen gebeurt met de voorwielen, net als op de weg. Onnodig te zeggen dat dit niet optimaal werkt. Als boot is hij dus niet geschikt, maar ook niet als auto. De Amphicar is niet comfortabel te noemen en mede vanwege de speciale carrosserie is het weggedrag nogal onvoorspelbaar. Op land haalt de Amphicar circa 100 km/u, in het water 12 km/u. Ondanks de slechte vaarkwaliteiten zijn er niettemin Amphicars die het Kanaal en andere wateren zijn overgestoken.

De Amphicar is een ontwerp van de Duitse ingenieur Hans Trippel, die zich al in de Tweede Wereldoorlog bezighoudt met het bouwen van amfibievoertuigen voor het Duitse leger. In 1959 presenteert hij de Eurocar, de eerste amfibieauto voor de consument. De auto heeft een achterin gemonteerde Austin A35-motor. Twee jaar later start de productie. Op dat moment heet de auto Amphicar en is hij voorzien van een Triumph Herald-motor. Tot 1967 zijn er circa 4.000 Amphicars gemaakt.